breedtegraad
mannelijk (de)/'bretəɣrat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (astronomie)(aardrijkskunde) een cirkel op het aardoppervlak, parallel aan de evenaar, waarop alle punten met gelijke geografische breedte (noord of zuid) liggenEindhoven en Londen liggen op dezelfde breedtegraad.
Vertalingen
Engelslatitude
Franslatitude
Duitsgeographische Breite
Spaanslatitud
Portugeeslatitude
Zweedslatitud
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek