Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
parasa
mannelijk/vrouwelijk (de)/paraΛsa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (deel van) wekelijks wisselende Toraperikoop die in de synagoge wordt gelezen
Etymologie
* Herkomst: Sefardisch (Portugees) Hebreeuws
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek