pardaf

mannelijk (de)/pɑrˈdɑf/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. "paf", "pats", "poef", vaak gebruikt om te aan te geven dat iets opeens, met enige kracht gebeurt
    (…) op een avond zat ik te lezen en plotseling, pardaf, een bliksemschicht samen met een heel harde donderslag, en daarna niets meer.
zelfstandig naamwoord
  1. geluid van een doffe klap of knal
    Eén twéé! zei Ivo... en we trokken. De molen helde, draaide halvelinge rond, klaaide... en met ne pardaf en 'n gekraak van de andere wereld, lag hij juiste waar we hem hebben wilden.
  2. doffe knal of klap
    Als waanzinnig sprong Ward toe, recht naar den gendarm die, vóór de brigadier het had kunnen beletten, gerekt en gestrekt in 't gras lag. Een zware pardaf en de kevie viel, met kromgekraakte wijmen, en half-ingeduwd van 't machtige geweld, op den grond en de groote, schoone, dikke gendarm lag er nevens, half bewusteloos.
  3. figuurlijk, straattaal (figuurlijk) (straattaal) goedkope vervanging voor echte koffie

Etymologie

*(klanknabootsing) van een doffe klap, vergelijk ook pardoes