Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
parkers looftiran
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie (tirannen). Deze soort komt voor van centraal Peru tot noordelijk Bolivia
Etymologie
* vaste verbinding van de bezitsvorm van "Parker" en "looftiran"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek