part
onzijdig (het)/pɑrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel, gedeelte, onderdeel, stuk
- list, streek
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘deel’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Vertalingen
Engelspart, parthian, share
Spaansgajo, parte, porción
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek