participeren

/ˌpɑrtisiˈperə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) ergens aan deelnemen
    Hij participeert in die demonstratie tegen kernwapens.
    In de moderne samenleving wordt veel in het werk gesteld om marginale groepen te laten participeren in de ‘normale’ orde. Foucaults analyse van machtspraktijken biedt aanknopingspunten om deze pogingen te beschrijven als normaliserende machtsstrategieën. {{Aut|Rothfusz, Jacqueline
  2. bedrijfskunde (bedrijfskunde) investeren in een rechtspersoon om daar een blijvende band mee te scheppen

Etymologie

*afgeleid van het Franse participer ()

Vertalingen

Engelsparticipate
Fransparticiper
Spaansparticipar