passe-vite

mannelijk/vrouwelijk (de)/pɑsˈfit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) handmolen om groente en ander niet te hard voedsel fijn te malen en te pureren
    Giet de aardappelen af en doe ze door de passe-vite.

Etymologie

*van de e "snel erdoor", vanaf 1928 gebruikt door de 20-eeuwse Belgische uitvinder