passief

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) de financiële lasten
  2. de lijdende vorm van het werkwoord (Latijn passivum)
  3. niet zelfstandig werkzaam
    Passief vond ik mezelf helemaal niet. Wel contemplatief, eerder filosofisch ingesteld. {{Aut|Sandes, David
    Want ik was niet naar Grand Hotel Europa gekomen om de tijd weemoedig te laten verglijden te midden van afgebladderde luxe en krakende glorie in passieve afwachting van een of ander inzicht, dat mij op een gegeven moment zou toevallen als een bloemblad uit een vergeeld boeket. Dat inzicht wilde ik afdwingen en daarom moest ik aan het werk.
  4. gebeurend zonder dat men daarvoor actie hoeft te ondernemen
  5. scheikunde (scheikunde) geen actieve eigenschap bezittend
  6. handel (handel) meer schulden dan vermogen hebbend
  7. taalkunde (taalkunde) in de lijdende vorm staand

Etymologie

*afgeleid van passie

Vertalingen

Engelspassive
Spaanspasivo