actief

onzijdig (het)/ɑkˈtif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) uitstaand tegoed

Etymologie

Ook daarna bleef hij tot op hoge leeftijd actief: hij hield lezingen en sprak geregeld op televisie over nog altijd dezelfde thema's: milieuvervuiling, vreemdelingenhaat, hebzucht.

Vertalingen

Engelsactive
Fransactif
Duitsaktiv
Spaansactivo
Italiaansattivo
Turksaktif
Poolsaktywny
Zweedsaktiv