actiedruk

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de dwang die uitgaat van een georganiseerde (politieke) campagne
    In tien cao’s, met name in de industrie, boekte de vakbond succes: daar werd een stijging van 4 tot 5 procent behaald. Boufangacha: ,,Ik ben er blij mee en trots op, dat dankzij onze gerechtvaardigde looneis van 5 procent, op verschillende plekken een goede loonsverhoging is bereikt. Vaak dankzij actiedruk.”
  2. de dwang om reclameacties en kortingsacties te organiseren
    Marktonderzoeksbureau GfK onderschrijft dat de actiedruk na de vakantie agressiever lijkt dan in voorgaande jaren.