actie
vrouwelijk (de)/ˈɑksi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- handeling, bedrijvigheidActie ondernemen.Ik heb hem nog nooit zo in actie gezien.
- georganiseerde campagne die een bepaald, meest sociaal of politiek, doel nastreeftEr werd actie gevoerd tegen het gebruik van genetisch gemanipuleerde levensmiddelen.
- iets dat de aandacht vasthoudt, een spectaculaire vertoningZij verlangt niet naar een heleboel actie maar naar een relatie.
- film- en video-/computerspelletjesgenre dat wordt gekenmerkt door veel spektakelDe film is vooral leuk als je van het genre actie houdt.
- (natuurkunde) natuurkundige grootheid die wordt uitgedrukt in energie maal tijdVan ieder golfje kun je van een afzonderlijke constante actie spreken, namelijk energie maal tijd.
- commercieel gebaar dat de verkoop van bepaalde goederen of diensten moet bevorderen, reclamestuntDe WK-actie van Albert Heijn.
Etymologie
*via Middelnederlands """ van Latijn "actio", van ageren of acteren; in de betekenis van ‘handeling’ aangetroffen vanaf 1390
Vertalingen
Engelsaction
Fransaction
Spaansacción
Italiaansazione
Poolsakcja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek