actie

vrouwelijk (de)/ˈɑksi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handeling, bedrijvigheid
    Actie ondernemen.
    Ik heb hem nog nooit zo in actie gezien.
  2. georganiseerde campagne die een bepaald, meest sociaal of politiek, doel nastreeft
    Er werd actie gevoerd tegen het gebruik van genetisch gemanipuleerde levensmiddelen.
  3. iets dat de aandacht vasthoudt, een spectaculaire vertoning
    Zij verlangt niet naar een heleboel actie maar naar een relatie.
  4. film- en video-/computerspelletjesgenre dat wordt gekenmerkt door veel spektakel
    De film is vooral leuk als je van het genre actie houdt.
  5. natuurkunde (natuurkunde) natuurkundige grootheid die wordt uitgedrukt in energie maal tijd
    Van ieder golfje kun je van een afzonderlijke constante actie spreken, namelijk energie maal tijd.
  6. commercieel gebaar dat de verkoop van bepaalde goederen of diensten moet bevorderen, reclamestunt
    De WK-actie van Albert Heijn.

Etymologie

*via Middelnederlands """ van Latijn "actio", van ageren of acteren; in de betekenis van ‘handeling’ aangetroffen vanaf 1390

Vertalingen

Engelsaction
Fransaction
Spaansacción
Italiaansazione
Poolsakcja