pasteibakker
mannelijk (de)/pɑsˈtɛibɑkər/
Wat is de betekenis van pasteibakker?
pasteibakker betekent: (beroep) iemand die gebak maakt van deeg met een vulling van gekruid vlees
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die gebak maakt van deeg met een vulling van gekruid vlees
Voorbeelden van "pasteibakker" in een zin
- Sam had ooit in één huis gewoond met een pasteibakker. Erg aardige man – een man die overal pasteitjes van kon maken. Sam had gezien dat de man zoveel katten had en merkte op dat hij zeker veel van katten hield. „Het zijn eigenlijk andere mensen die er dol op zijn”, had de man met een knipoog gezegd. De pasteibakker vertrouwt Sam toe – hij mag het niet verder vertellen – „het zit ’m in de manier van kruiden”. Het kattenvlees kruidt hij „als rund, kalfs-, of nierpastei; al naar de vraag is”.
Etymologie
*van Middelnederlands "pasteidebakker", op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek