paté

mannelijk (de)/paˈte/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) stevig, maar smeerbaar mengsel van fijngemalen vlees
    's Avonds op de bank genieten we van een wijntje en toastjes met paté.

Etymologie

*Van het Franse pâté.

Vertalingen

Engelspâté
Franspâté
Spaanspaté