patissier

mannelijk (de)/ˌpatiˈʃe/

Wat is de betekenis van patissier?

patissier betekent: (Zuid-Nederlands) (beroep) een banketbakker

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (Zuid-Nederlands) (beroep) een banketbakker

Voorbeelden van "patissier" in een zin

  • Jan is de beste patissier van de stad; zijn mattentaartjes zijn om duimen en vingers bij af te likken.

Etymologie

*Ontleend aan het Franse pâtissier.