pauze
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɑuzə/
Wat is de betekenis van pauze?
pauze betekent: tijd waarin de hoofdactiviteit wordt onderbroken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijd waarin de hoofdactiviteit wordt onderbroken
- onderbreking van iets in het algemeen
Voorbeelden van "pauze" in een zin
- In de pauze van het werk ging hij naar huis om te eten.
- De eerste vijfenhalf weken van de trail waren zwaar geweest en mijn lichaam was langzamerhand weer aan toe aan een kleine pauze.
- Een pauze in de gevechten.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘rustpoos’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1482
Vertalingen
Engelsbreak
Franspause
DuitsPause
Spaanspausa
Russischпауза
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek