pelorie
vrouwelijk (de)/peloˈri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- afwijkende bloeiwijze met meer dan één draaisymmetrie, terwijl de bloeiwijze van de betreffende soort gewoonlijk alleen maar één spiegelsymmetrie kentNog een afwijking is bij haar geconstateerd, n.l. het bestaan van anders gevormde bloemen en wel regelmatige bloemen, òf zonder spoor, òf met vijf sporen, aan dezelfde planten met de gewone bloemen. Linnaeus reeds ontdekte in 1742 deze monsterachtigheid of wonderlijkheid, die hij pelorie noemde, bij een Vlasbek in de buurt van Upsala en sedert wordt zij telkens opgemerkt.
Etymologie
*via modern Latijn "peloria" van "πελώριος" (pelórios) "uitzonderlijk (groot) gevormd, monsterachtig"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek