pelsrob
mannelijk (de)/pɛlsˈrɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) zoogdier uit de onderfamilie van oorrobben die voornamelijk op het zuidelijk halfrond levenOp Kangaroo Island komen overigens alle dieren voor die je ook op het vasteland van Australië vindt. Zeldzame Australische zeeleeuwen, pelsrobben, buidelratten, de mierenegel, pinguïns, possums, pelikanen, wallaby’s, koala’s; ze zijn er allemaal. En dat op nog geen uurtje varen van het vasteland, dat we vanaf ons huisje in Emu Bay in de verte zien liggen. De Telegraaf Fleur Schiffelers 25 augustus 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/920945/domein-der-dieren Domein der dieren]In het nieuwe onderkomen krijgt het publiek de dieren uit drie klimaatgebieden te zien: de jungle (bijvoorbeeld vlinders, alligators, Aziatische olifanten en slangen), de noordpool en de zuidpool (pinguïns en pelsrobben) en de hete droge regio's (leeuwen, giraffes, struisvogels, neushoorns). Voor panters en tijgers is daarin geen plek. De Telegraaf 27 okt. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/892313/panter-weg-uit-dierenpark-emmen Panter weg uit Dierenpark Emmen]
Vertalingen
Engelsfur seal, furseal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek