zeebeer
mannelijk (de)/ˈzeber/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) roofdier uit een onderfamilie van zeezoogdieren uit de familie der oorrobben dat voornamelijk van vis en inktvis leeft. Zeeberen zijn meer verwant aan de zeeleeuwen dan aan zeehonden
- havenmuur ter beveiliging tegen golfslag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek