zeebeer

mannelijk (de)/ˈzeber/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) roofdier uit een onderfamilie van zeezoogdieren uit de familie der oorrobben dat voornamelijk van vis en inktvis leeft. Zeeberen zijn meer verwant aan de zeeleeuwen dan aan zeehonden
  2. havenmuur ter beveiliging tegen golfslag