pension

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. horeca, toerisme (horeca), (toerisme) een gelegenheid waar men tegen betaling kan overnachten
    Gelukkig konden we nog een goedkoop pension vinden.
  2. kosthuis, kostschool
    Ik groeide op in een pension.
  3. economie (economie) pensioen
    Johannes Lubordus werd eervol ontslagen en kreeg een pension van ƒ230,-, ongeveer 2/3 van zijn laatst verdiende loon.[https://webcache.googleusercontent.com/search?q=cache:RsV3f8oOKAwJ:https://theses.ubn.ru.nl/bitstream/handle/123456789/3615/Tillaar,%2520J.E.C.P.%2520van%2520den%25204067959%252015-08-2016.pdf%3Fsequence%3D1+&cd=1&hl=nl&ct=clnk&gl=nl&lr=lang_nl Scherprechters in de Negentiende Eeuw.], J van den Tillaar, 22-7-2016

Etymologie

*Leenwoord uit het Frans, zie aldaar voor de verdere etymologie. In de betekenis van ‘kosthuis, kostgeld’ voor het eerst aangetroffen in 1889

Vertalingen

Engelsguesthouse, boarding house
Franspension
Spaanspensión, casa de huéspedes