pension
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (horeca), (toerisme) een gelegenheid waar men tegen betaling kan overnachtenGelukkig konden we nog een goedkoop pension vinden.
- kosthuis, kostschoolIk groeide op in een pension.
- (economie) pensioenJohannes Lubordus werd eervol ontslagen en kreeg een pension van ƒ230,-, ongeveer 2/3 van zijn laatst verdiende loon.[https://webcache.googleusercontent.com/search?q=cache:RsV3f8oOKAwJ:https://theses.ubn.ru.nl/bitstream/handle/123456789/3615/Tillaar,%2520J.E.C.P.%2520van%2520den%25204067959%252015-08-2016.pdf%3Fsequence%3D1+&cd=1&hl=nl&ct=clnk&gl=nl&lr=lang_nl Scherprechters in de Negentiende Eeuw.], J van den Tillaar, 22-7-2016
Etymologie
*Leenwoord uit het Frans, zie aldaar voor de verdere etymologie. In de betekenis van ‘kosthuis, kostgeld’ voor het eerst aangetroffen in 1889
Vertalingen
Engelsguesthouse, boarding house
Franspension
Spaanspensión, casa de huéspedes
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek