pensionado

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌpɛnʃoˈnado/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Nederlandse bejaarde, die zijn oude dag in Spanje doorbrengt, met behoud van zijn Nederlandse pensioen
    De pensionado's maken zich zorgen over het nieuwe zorgverzekeringsstelsel

Etymologie

* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘gepensioneerde die in een warm land gaat wonen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1998