periodiek

/ˌperijoˈdik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een regelmatig verschijnend tijdschrift
    Bij de kiosk verkoopt men allerlei periodieken.

Etymologie

#periodisch, regelmatig terugkerend

Vertalingen

Engelsperiodic, periodical, magazine
Franspériodique, périodique
Duitsperiodisch, Zeitschrift
Spaansperiódico, revista, periódico
Italiaansperiodica
Deensperiodisk