perron

onzijdig (het)/pɛˈrɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spoorwegen (spoorwegen) een hoge, lange zijstoep of verhoogde vrije stoep aan een station om in en uit te stappen
    In Nederlandse stations hebben ze sinds januari 2004 rookpalen op de perrons.
    De perrons zijn verlaten, in de hal zitten de reizigers op gepaste afstand van elkaar op de wachtbanken, die anders vol zijn. Deze hele week is het al rustiger dan normaal, maar deze vrijdag is het echt opvallend stil, zegt een NS-medewerker. Toch nemen ook nog aanzienlijk wat mensen wél de trein.

Etymologie

* Via "Perron" van "perron". In de betekenis van ‘platform in treinstation’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1871

Vertalingen

Engelsplatform, track
Fransquai
DuitsBahnsteig, Perron
Spaansandén
Zweedsplattform, perrong
Deensperron