petitfour

mannelijk (de)/pətiˈfur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) klein gebakje
    Het duurt bijna een halfuur voordat hij terugkomt met kannen en glazen en een bonbonnière vol pindarotsjes en petitfours.
    Hij hapt in een petitfour.
    Met haar aardige, witte scherpe tandjes beet Lil in haar vierde petitfour.

Etymologie

*van "petit-four" (letterlijk 'kleine oven'), in de schrijfwijze met koppelteken aangetroffen vanaf 1916 (zie petit-four) en zonder koppelteken, in de betekenis van ‘minigebakje’, voor het eerst aangetroffen vanaf 1930

Vertalingen

Engelspetit four