peuteropvang

mannelijk (de)/ˈpøtərˌɔpfɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verzorging van kinderen van 1 tot 4 jaar oud, gedurende het deel van de dag dat de ouders afwezig zijn
    Kinderen vanaf 2,5 jaar met risico op een taal- en ontwikkelachterstand krijgen van de gemeente een aanbod van zestien uur peuteropvang of voorschool zodat zij hun achterstand kunnen inlopen, nog voordat ze beginnen met de basisschool.