ph

mannelijk (de)/peˈha/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) zuurgraad: maatstaf die kleiner wordt naarmate een waterige oplossing zuurder is en met toenemende waarden (boven 7) aangeeft dat die basischer is
    Veel aandoeningen hebben te maken met een lage pH buiten de cellen, zoals spierpijn, hartaanvallen en herseninfarcten.

Etymologie

*van """