piëta

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beeld of beeltenis van een dode Christus met een rouwende Maria
    Een piëta is een beeld of beeltenis van een dode Christus met een rouwende Maria.
    De pronkstukken, het beeld Christus op de Koude Steen, de piëta (Maria met Jezus in haar armen) en het sacramentshuisje, worden dan weer op de vertrouwde plek teruggezet.

Etymologie

*uit het Italiaans