piëtist
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanhanger van het piëtismeIn alle boeken van Bridges valt op hoe grondig hij zich voorbereidt en hoe belezen hij is. Het regent citaten van theologen uit een zeer breed spectrum. Van Alleine tot Zwingli, van Thomas Shepard tot Thomas Scott, en van de piëtist Félix Neff tot wat de grote Franse rooms-katholieke kanselredenaars te berde brachten over preektechniek en zielzorg.De tweede vermeerderde druk, die zowel in het Engels als in het Duits verscheen, geeft een goed beeld van deze onbekende piëtist, die met veel ontberingen en lichaamszwakte had te kampen. Hij pionierde in Mombasa, gelegen in het tegenwoordige Kenia, in oostelijk Afrika.
- overdreven vroom persoon
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse pietas (vrome vereering)
Vertalingen
Spaanspietista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek