Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

pianocursus

mannelijk (de)/piˈjanoˌkʏrzʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek, onderwijs (muziek) (onderwijs) opleiding in het bespelen van een met een klavier bediend snaarinstrument
    Hij volgende een pianocursus bij de muziekschool.
    Goldschneider, na een huwelijk nu in Amsterdam wonend, speelt woensdag in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw weer een groot compleet werk: Mikrokosmos van Bela Barték. De 153 delen — eerst heel gemakkelijk maar tenslotte razend lastig — vormen tezamen een twee uur en een kwartier durende pianocursus, die Bartók in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog schreef voor zijn zoon Peter.