piepend

/ˈpipənt/

Betekenis

werkwoord
  1. een schel geluid producerend tijdens het bewegen van een apparaat
    Personeel heeft hij niet meer. Van Dorth werkt nu alleen in zijn bedrijfspand aan de Gildenweg in Wierden. "Ik ben altijd een einzelgänger geweest," verzucht de doorzetter. Wanneer Van Dorth de 'tape loader' inschakelt, komt het reusachtige apparaat knarsend en piepend op gang. Het is een kolos uit de jaren tachtig. Tubantia J. de Kleine 10 december 2015 [https://www.tubantia.nl/binnenland/kees-gelooft-nog-heilig-in-warme-cassettebandjes~a38978f9/ Kees gelooft nog heilig in 'warme' cassettebandjes]
    Een gevoel dat ook wordt uitgedrukt door een van de omstanders die het hele gebeuren aan het filmen is. "Dit is een heel groot probleem", hoor je hem zeggen, terwijl de wanhopige bestuurster nog probeert om haar wagen piepend van de motorkap van de Ferrari te krijgen. Wat alleen maar tot nog meer schade aan de luxueuze wagen lijkt te leiden. Tubantia K. van de Sype 11 januari 2017 [https://www.tubantia.nl/bizar/vrouw-parkeert-auto-boven-op-peperdure-ferrari~a3497d73/ Vrouw parkeert auto boven op peperdure Ferrari]

Etymologie

* van piepen met de uitgang -d

Uitdrukkingen

  • piepend en krakendmet veel moeite

Vertalingen

Franssibilant