piepen

/ˈpipə(n)/

Wat is de betekenis van piepen?

piepen betekent: een hoog geluid voortbrengen dat niet erg hard klinkt

Betekenis

werkwoord
  1. een hoog geluid voortbrengen dat niet erg hard klinkt
  2. dierengeluid (dierengeluid) het geluid van een muisje
  3. het geluid van de vogeltjes
  4. het geluid van een hijgende adem
  5. het fijn schril geluid van een krakende scharnier
  6. onverwacht korte tijd tevoorschijn komen (al dan niet gepaard gaand met een piepgeluid)
  7. stiekem, snel of oppervlakkig naar iets kijken
  8. militair, informeel (militair) (informeel) slapen

Betekenis en uitleg van piepen

Het woord 'piepen' verwijst naar een hoog, scherp geluid dat vaak met een lichte of speelse toon wordt geassocieerd. Het kan ook gebruikt worden om een soort van klagen of zeuren aan te duiden, vooral in informele gesprekken.

Je gebruikt 'piepen' vaak in situaties waarin iets of iemand een piepend geluid maakt, zoals bij een kat of een alarm. Daarnaast kan het ook duiden op iemand die zeurt of zich aanstelt over iets kleins. Het heeft vaak een speelse of licht negatieve connotatie, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • De deur piepte elke keer als ik hem open en dicht deed, wat behoorlijk vervelend was.
  • Hij begon te piepen over zijn huiswerk, terwijl het eigenlijk maar een paar vragen waren.
  • Toen de kat haar speeltje verloor, begon ze te piepen om mijn aandacht te trekken.

Woordoorsprong

Het woord 'piepen' is waarschijnlijk afgeleid van het klanknabootsend geluid dat het beschrijft, vergelijkbaar met andere woorden die een hoog of scherp geluid aanduiden.

Veelgestelde vragen over piepen

Wat is de betekenis van piepen?

piepen betekent: een hoog geluid voortbrengen dat niet erg hard klinkt

Hoeveel betekenissen heeft piepen?

piepen heeft 8 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Etymologie

*[4] In de betekenis van “slapen”, voor het eerst aangetroffen in 1903.

Vertalingen

Engelssqueak, wheeze, creak
Franspépier, grincer
Duitspiepen, piepsen, quietschen
Spaanschillar, piar, resollar