piepel

/ˈpipəl/

Wat is de betekenis van piepel?

piepel betekent: vervelende vent, dikdoener

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vervelende vent, dikdoener
  2. dierkunde, verouderd (dierkunde) (verouderd) jonge eend
  3. landbouw, verouderd (landbouw) (verouderd) aardappel, pieper

Etymologie

*[1] In de moderne betekenis van “hinderlijke, minderwaardige vent” of “kleine dikdoener” ten onrechte opgevat als een verbastering van Engels "people".