Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

pijpkraag

mannelijk (de)/ˈpɛipkrax/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) schijf bestaand uit sterk golvende stof rondom de hals, als versiering van bovenkleding
    Lipsius, gekleed in zijn toga en met pijpkraag, neemt een centrale plaats in.
  2. techniek (techniek) schijf rondom een buis op een plaats waar die door een oppervlak gaat, als afdichting, versteviging of versiering
    Massiefhouten pijpkragen verbergen de tussenruimte rond pijpen.