plooikraag
mannelijk (de)/ˈplojkrax/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) schijf bestaand uit sterk golvende stof rondom de hals, als versiering van bovenkledingHet duidelijkst is die link met oude meesters te zien in haar serie foto’s met 17de-eeuwse plooikragen, White Collars uit 2009. De geportretteerden, kinderen, dragen allemaal zo’n kraag – dezelfde kraag. Het is een historische molensteenkraag, afkomstig uit het Rijksmuseum Amsterdam.Het kostuum dat de tweede illustrator koos is volgens haar ontleend aan de zestiende-eeuwse ‘Spaanse’ mode. Die werd gekenmerkt door een nauwe buis, een pofbroek, een plooikraag en een baret met veer.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek