piketdienst
mannelijk (de)/piˈkɛdinst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- periode dat men beschikbaar moet zijn voor bepaalde werkzaamhedenIk ben gedetacheerd, ik heb piketdienst.Het gebeurt elke zomer wel een keer dat een monumentale klok in Utrecht vastloopt door de warmte. Maar zo erg als nu is het nog niet geweest. "Dit is nummer drie die stilstaat", vertelt Van Engelenburg. "De monteur heeft bijna piketdienst." Door de warmte weigert ook de speeltrommel van de Nicolaïkerk dienst.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek