pilaarbijter

mannelijk (de)/piˈlarbɛitər/

Wat is de betekenis van pilaarbijter?

pilaarbijter betekent: (religie) (pejoratief) iemand die zich veel braver voordoet dan hij is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie, pejoratief (religie) (pejoratief) iemand die zich veel braver voordoet dan hij is
  2. religie, pejoratief (religie) (pejoratief) iemand die zich overmatig godsdienstig gedraagt

Voorbeelden van "pilaarbijter" in een zin

  • Lefevere was niettemin woedend over de onverwachte ondervraging. "Alleen gefrustreerde pilaarbijters gaan tot een dergelijke actie over. De Italianen zijn zeker en vast grijs van jaloezie geworden, toen hun Franse collega's vorig zoveel publiciteit kregen in de Tour. Waarom hebben ze anders gewacht op de openingsdag van de Italiaanse wielerkalender? Nu wisten ze dat alle camera's op hen gericht waren."
  • Of ik gelóóf, daar kan ik eigenlijk geen antwoord op geven. Ik ben katholiek opgevoed, maar ik ben geen pilaarbijter en ik breng mijn vakanties niet door in abdijen. Maar achteraf bezien heb ik voornamelijk religieuze muziek gespeeld.

Veelgestelde vragen over pilaarbijter

Wat is de betekenis van pilaarbijter?

pilaarbijter betekent: (religie) (pejoratief) iemand die zich veel braver voordoet dan hij is

Hoeveel betekenissen heeft pilaarbijter?

pilaarbijter heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft pilaarbijter?

pilaarbijter is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van pilaarbijter?

Synoniemen van pilaarbijter zijn: schijnheilige.

Hoe gebruik je pilaarbijter in een zin?

Voorbeeld: “Lefevere was niettemin woedend over de onverwachte ondervraging. "Alleen gefrustreerde pilaarbijters gaan tot een dergelijke actie over. De Italianen zijn zeker en vast grijs van jaloezie geworden, toen hun Franse collega's vorig zoveel publiciteit kregen in de Tour. Waarom hebben ze anders gewacht op de openingsdag van de Italiaanse wielerkalender? Nu wisten ze dat alle camera's op hen gericht waren."

Etymologie

*van Middelnederlands "pilarenbiter", op te vatten als samenstellende afleiding van "pilaar" en "bijten"