pilaar
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van pilaar?
pilaar betekent: (bouwkunde) een langgerekt verticaal bouwelement, gewoonlijk uit één stuk en met een willekeurig gevormde doorsnede
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) een langgerekt verticaal bouwelement, gewoonlijk uit één stuk en met een willekeurig gevormde doorsnede
Voorbeelden van "pilaar" in een zin
- De kluizenaar Simon leefde jarenlang bovenop een pilaar van één meter in het vierkant.
Veelgestelde vragen over pilaar
Wat is de betekenis van pilaar?
pilaar betekent: (bouwkunde) een langgerekt verticaal bouwelement, gewoonlijk uit één stuk en met een willekeurig gevormde doorsnede
Welk woordgeslacht heeft pilaar?
pilaar is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je pilaar in een zin?
Voorbeeld: “De kluizenaar Simon leefde jarenlang bovenop een pilaar van één meter in het vierkant.”
Etymologie
* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘pijler’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Vertalingen
Engelspillar, column, pilar
Spaanscolumna
Russischстолб, колонна
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek