pilaster
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) een rechthoekige muurverzwaring die minder dan zijn breedte voor de gevel uitsteekt
- hoofdstijl van trapleuningen
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ornament’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1649
Vertalingen
Spaanspilastra
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek