pilsener

mannelijk (de)/ˈpɪlsənər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken) helder, geel bier met een alcoholpercentage van ongeveer 5%
    Om op het Cycladen-eiland Tinos Nissos Pilsener (‘Echt Grieks. Sinds 2012’) te kunnen brouwen, moeten ingrediënten echter van ver worden aangevoerd. Geen honing of citrusvruchten voor de smaak, die mede-eigenaar en oprichter Alexandros Kouris omschrijft als ‘behoudend’. De Griekse bierdrinker (35 liter per jaar) is nog niet klaar voor experimenten. de Standaard 27 MEI 2014 Marloes de Koning
    In totaal werd vorig jaar in Nederland ruim 11,5 miljoen hectoliter bier gedronken. Dat was 1,8 procent meer dan in 2014. Het overgrote deel daarvan, bijna 10 miljoen hectoliter, was pilsener. Die categorie groeide wel het minst van allemaal: slechts 0,2 procent. Er werd bijna 27 procent meer alcoholvrij bier genuttigd. De consumptie van mixbieren, zoals radler, nam met 13 procent toe. Tubantia 11- januari - 2017

Etymologie

* uit het Duits naar de naam van de stad Pilsen

Vertalingen

Engelspilsner