pinaren

/piˈnarə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. het moeilijk hebben
    Granman Forster (de belangrijkste traditionele leider van de bosnegers) heeft vanuit Apatou in Frans-Guyana laten weten dat Nederland 'desnoods' Suriname moet terugnemen om zijn Mensen, die pinaren (bet moeilijk hebben en pijn lijden), te helpen.
  2. arm zijn, gebrek lijden
    „Ik heb zelf op Commewijne gewoond. Niemand hoeft mij te komen vertellen wat pinaren, armoede lijden, is”, zegt hij een jaar na de door hem geleide sergeantencoup van 1980.

Etymologie

*van "pina" "lijden; kwellen; schaars zijn" dat teruggaat op "pinar" "neuken"