pion

mannelijk (de)/piˈjɔn/

Wat is de betekenis van pion?

pion betekent: (schaak) een schaakstuk dat per zet slechts één vakje vooruit kan lopen en schuin vooruit slaat

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schaak (schaak) een schaakstuk dat per zet slechts één vakje vooruit kan lopen en schuin vooruit slaat
  2. figuurlijk (figuurlijk) willoze persoon die door iemand anders voor diens plannen wordt gebruikt
  3. (Zuid-Nederlands) pylon
  4. spel (spel) figuurtje bij een bordspel
zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) pignon, conisch tandwiel
zelfstandig naamwoord
  1. deeltjesfysica (deeltjesfysica) een subatomair deeltje dat zelf bestaat uit twee quarks en daardoor ook een boson is

Voorbeelden van "pion" in een zin

  • Hij schoof zijn pion naar voren om de koning schaak te zetten.
  • Ik was slechts een pion in het spel van anderen.
  • Pionen komt in drie varianten voor: +, - en ongeladen.

Etymologie

*píon (n) [C]: van """, op te vatten als (verkorting) van pimeson

Vertalingen

Engelspawn, pion, pi meson
Franspion, pion, méson
DuitsBauer, Pion
Spaanspeón
Turkspiyon