pita
mannelijk (de)/ˈpita/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) plat broodje met een zachte korst, gebruikt als een basis voor mediterrane gerechten
Etymologie
*van "πίτα" en "πίτα" (píta), verwant aan pizza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*van "πίτα" en "πίτα" (píta), verwant aan pizza