Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

pitabrood

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een rond, platbroodje, oorspronkelijk uit het Midden-Oosten, als je het insnijdt ontstaat er een zakje dat je kunt vullen met vlees, saus en groenten
    In IsraΓ«l komen vaak veel verschillende gerechten tegelijk op tafel waar iedereen dan van eet, zoals verse salades, hummus (kikkererwtenpuree), falafel (balletjes van gestampte kikkererwten), favabonen, gepekelde groenten, labaneh (yoghurtkaas) en tahin (pasta van sesamzaad). Daarbij wordt meestal pitabrood gegeten. de Standaard 12 JUNI 2010 BRUNO VANSPAUWEN
    Ma belt. Of ze later vanmiddag kan langskomen en nog wat moet meebrengen. In het gesprek gaan de zinnen om en om in het Turks en in het Nederlands. Lunchen doet ze in de oude stad. In het restaurantje Γ–z Urfa: een herderssalade, vers pitabrood dat zo warm is dat ze er bijna haar vingers aan brandt, en haar favoriete iskender kebab met tomatensaus op stukjes brood met pepers en yoghurt. En een tulpvormig glaasje met sterke Turkse thee. Tubantia Marc Guillet 10-januari-2017