Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
pitta's
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een familie van vogels uit de orde zangvogels en onderorde schreeuwvogels. De onderscheidt 33 soorten in drie geslachten, maar zowel over het aantal geslachten als over het aantal soorten bestaat geen consensus
Etymologie
* "pitta" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek