plaat
mannelijk/vrouwelijk (de)/plat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een vlak, plat en vrij dun stuk materiaal, zoals metaal of houtKunt u mij die plaat metaal even aangeven?Daarna hadden ze zijn stijver wordende lichaam op een ijzeren plaat getild, waarop stro was gelegd om vocht te absorberen.Normaal gesproken was dat geen enkel probleem geweest, ze gebruikten een eenvoudige en beproefde techniek met platen en bouten voor de samenvoeging.
- meestal verkleinwoord: een afbeelding, meestal gedrukt (door gravering op een metaalplaat)Dit boek heeft mooie plaatjes.
- (muziek) grammofoonplaat of cdDe plaat stond in de hitlijsten.Terug in de flat trokken we vrolijk de theedoeken van de sandwiches, pakten flesopeners en kurkentrekkers, zetten een plaat op en keken naar het aansnijden van de witte boltaart, waar Cynth een scheut rum doorheen had gedaan.Toen de kamer vol was en iedereen in een opperbeste stemming verkeerde en Cynth drie Dubonnets met bitter lemon te veel ophad, haalde ze de naald van de plaat en kondigde aan: 'Mijn vriendin Delly schrijft gedichten en ze heeft er eentje geschreven over de liefde.
- (scheepvaart) zandplaat, zandbank
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plat stuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1280
Uitdrukkingen
- De plaat poetsen — vluchten
- Een druppel op de gloeiende plaat — Iets wat bij lange na niet voldoende is om het hele probleem op te lossen
- Op een gloeiende plaat vallen
- De plaat blijft hangen — Er wordt steeds weer hetzelfde gezegd of dezelfde argumenten worden steeds herhaald, zonder dat de discussie inhoudelijk opschiet
- Een grijsgedraaide plaat — Iets wat al heel vaak is herhaald en daardoor weinig of geen betekenis meer heeft
- Zet eens een andere plaat op — Vertel eens iets anders, kom met nieuwe argumenten e.d.
Vertalingen
Engelsplate, illustration, phonograph record
Spaanschapa, placa, plancha
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek