plaatsvinden
/platsˈvɪndə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (absol) gebeuren, geschieden, plaatshebben, plaatsgrijpen, voltrekken, voorvallenDe werkzaamheden zullen vooral in de zomer plaatsvinden.Om niet direct terug te vallen in mijn oude gewoontes had ik me tijdens het lopen al ingeschreven voor de Amsterdamse marathon, die precies twee weken na mijn terugkomst zou plaatsvinden.De supermarkten hebben al "tientallen miljoenen" aan schade geleden door blokkade van distributiecentra door boeren. Het gaat over omzet die de winkels mislopen vanwege leveringen die niet kunnen plaatsvinden of producten die bederven, zegt een woordvoerder van branchevereniging CBL tegen NU.nl.
Vertalingen
Engelstake place
Fransavoir lieu
Duitsstattfinden
Spaansrealizarse, ocurrir
Poolsmieć miejsce
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek