plafond
onzijdig (het)/plɑˈfɔnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bovenkant van een ruimte in een gebouwHet plafond stortte naar beneden.Voor hen opende zich een onverwacht atrium van intens gouden licht, een enorme ruimte die minstens over de helft van het huis liep, met een plafond van balken die bijna versplinterden van ouderdom, en gepleisterde muren vol scheuren.Ik had een klamme rug van het zweet en het plafond leek lager dan een uur geleden.
- (figuurlijk) hoogste niveau, punt waarop geen verdere groei mogelijk isHij bereikte zijn plafond op dertigjarige leeftijd.
Etymologie
*van "plafond"
Vertalingen
Engelsceiling, ceiling, limit
Fransplafond, plafond
DuitsDecke, Höchstgrenze
Spaanstecho
Italiaanssoffitto
Portugeestecto
Turkstavan
Poolssufit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek