vloer
Wat is de betekenis van vloer?
vloer betekent: bodem van een ruimte in een gebouw
Betekenis
- bodem van een ruimte in een gebouw
Voorbeelden van "vloer" in een zin
- Hij sleurde de abt bij zijn haren uit het smalle bed, smeet hem op de vloer en sloeg hem met een roe waar hij hem raken kon, onder het zingen van het lied 'O Pastor Alterne'.
- Wat wil je nog meer? We sliepen allemaal op de vloer bij Trail Angel Shrek, waar we nog lang bleven napraten.
Betekenis en uitleg van vloer
De vloer is het horizontale oppervlak waarop we lopen in een gebouw. Het kan van verschillende materialen zijn gemaakt, zoals hout, tegels of tapijt, en vormt de basis van een ruimte.
Het woord 'vloer' wordt vaak gebruikt in bouw- en interieurcontexten, waar het verwijst naar de ondergrond van kamers en hallen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, zoals in 'de vloer onder je voeten wegschuiven', wat betekent dat je plotseling geconfronteerd wordt met een schokkende situatie. Bij het kiezen van vloeren speelt niet alleen esthetiek, maar ook functionaliteit en onderhoud een belangrijke rol.
Voorbeelden
- De nieuwe houten vloer in de woonkamer geeft het huis een warme uitstraling.
- Tijdens de dansles moesten we goed opletten om niet uit te glijden op de gladde vloer.
- Na de verbouwing was de vloer in de keuken niet alleen mooi, maar ook gemakkelijk schoon te maken.
Woordoorsprong
Het woord 'vloer' komt van het Middelnederlandse 'vloor', wat 'vloer' of 'oppervlak' betekende, en is verwant aan het Oudnederlandse woord 'flor', dat ook 'oppervlak' betekende.
Veelgestelde vragen over vloer
Wat is de betekenis van vloer?
vloer betekent: bodem van een ruimte in een gebouw
Welk woordgeslacht heeft vloer?
vloer is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je vloer in een zin?
Voorbeeld: “Hij sleurde de abt bij zijn haren uit het smalle bed, smeet hem op de vloer en sloeg hem met een roe waar hij hem raken kon, onder het zingen van het lied 'O Pastor Alterne'.”
Etymologie
*(erfwoord) via vloer en fluor van *flōrō, *flōrô, *flōraz (“vlak oppervlak, vloer, vlakte”), van *plõro- (“vlak, effen”), van *pele-, *plet-, *plāk- (“vlak, effen”).
Uitdrukkingen
- Als ieder zijn vloer keert, is het in alle huizen schoon. — Als iedereen gewoon zijn eigen fouten verbetert (in plaats van commentaar te leveren op anderen e.d.), zijn er veel minder problemen.
- Ergens de vloer mee aanvegen — Iets geheel verwerpen
- Het is licht/makkelijk dansen op andermans vloer. — Geld van een ander uitgeven is makkelijk.
- Hoe hoger de zolder, hoe lager de vloer. — Hoe meer iemand praat, des te minder heeft die persoon vaak daadwerkelijk in te brengen of te betekenen.
- ’s Mans moer is de duivel over de vloer. — Schoonmoeders verstoren vaak de verhoudingen binnen de familie.
- Met iemand de vloer aanvegen — Iemand gemakkelijk ergens in verslaan
- Over de vloer hebben — Op bezoek hebben