planeconomie

vrouwelijk (de)/'plɑnekonomi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een door de centrale overheid bestuurde economie
    Zelfs Leon Trotski zag plaats voor de markt binnen zijn planeconomie. Precies omdat het een nuttig instrument is, zal de markt niet mee geofferd worden met het marktfundamentalisme. Wellicht is Trump dus niet de ruiter die het einde van het kapitalisme aankondigt. de Standaard ZATERDAG 21 JANUARI 2017
  2. de leer van hoe je een economie als geheel kunt sturen
    Maar Thieme is daarin niet blijven hangen: ze is uit die vissenkom gesprongen. Met haar boek De kanarie in de kolenmijn heeft ze in en buiten Nederland het debat over haar Plan B, de groene planeconomie van de 21ste eeuw, naar zich toegetrokken. Dat gaat zich uitbetalen, ook na 15 maart. Volkskrant 13 maart 2017

Vertalingen

Engelscommand economy