planeren

/plaˈnerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. luchtvaart (luchtvaart) vliegen zonder, of met afgezette motor
  2. scheepvaart (scheepvaart) snel varen met een boot waarbij de romp op het water glijdt
    Met een speedboot kun je gemakkelijk planeren.

Etymologie

*afgeleid van het Franse planer () [https://fr.wiktionary.org/wiki/planer Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsplane, glide, plane
Fransplaner, déjauger
Duitsgleiten