plantengroei
mannelijk (de)/'plɑntə(n)xruj/
Wat is de betekenis van plantengroei?
plantengroei betekent: het in omvang toenemen van planten
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het in omvang toenemen van planten
- alle aanwezige planten in een bepaald gebied
Voorbeelden van "plantengroei" in een zin
- De camera's horen bij de beveiliging van een illegale hennepkwekerij, die dinsdagochtend door de Achterhoekse politie is opgerold. In twee schuren worden in totaal 2200 hennepplanten aangetroffen. "Bijna oogstrijp" , is het oordeel van de agenten. De technische man van het energiebedrijf Nuon betitelt de voor de plantengroei noodzakelijke elektrische installatie als 'brandgevaarlijk'. Tubantia 12- maart - 2008
- Heel wat maren blijken 10 tot 20.000 jaar oud, al is het Eckfelder Maar, tussen Manderscheid en Daun, meer dan 40 miljoen jaar oud. ‘Het bekendst zijn de maren gevuld met water, maar die vormen een minderheid’, gaat Mandy van Leeuwen verder. ’In de Eifel zijn het er niet meer dan 11 van de bijna 80 maren. De andere zijn trockene Maare: moeras- of veengebieden, met een aparte plantengroei. Onlangs heeft een groep studenten nog een nieuwe maar ontdekt.’ de Standaard ZATERDAG 9 SEPTEMBER 2017
Vertalingen
Engelsgrowth
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek